Zorro? Dat niet.
Maar wel slim, snel en sterk.

Schermen. Het klinkt gevaarlijker dan het is. Geen degens met scherpe punt, geen bloed. Wel grote kans op blauwe plekken. Ruben kleedt zich om en legt uit hoe het zit. ‘Eén handschoen. Dat is genoeg.’

‘Hier begin ik altijd mee’, zegt Ruben (10). ‘Lange, witte sokken. Wit hoort bij schermen.’ Na de sokken volgt een witte kuitbroek. ‘Er zit Kevlar in. Hele stevige stof die ook in kogelvrije vesten zit.’ Dan pakt hij een wit ondervest en een borstbeschermer. ‘Tegen de blauwe plekken’, legt hij uit. ‘Soms word je best hard geraakt.’

Na het ondervest trekt hij een dikker schermvest aan (ook met Kevlar). Dan gaat Ruben zitten om zijn (tennis)schoenen te strikken. Klaar? Nee, nog niet. Hij haalt een masker en een handschoen uit zijn tas. ‘Eén handschoen is genoeg’, zegt Ruben. ‘Je schermt maar met één hand. De andere is altijd achter je. Ergens in de lucht.’

Stroom
Met schermen scoor je een punt door je tegenstander te raken met je degen. Het maakt niet uit waar: ook de voeten tellen mee. Een computer beoordeelt de steek. Was hij stevig genoeg? Dan hoor je een piep en komt er een punt bij. De computer heeft stroom nodig. Daarom loopt door het pak van Ruben een stroomdraad. Die draad verbindt zijn degen met de computer.

Ruben vertelt dat hij al drie keer een degen heeft gebroken tijdens een wedstrijd. Toch, zegt hij, draait schermen niet om agressie. ‘Mensen denken vaak dat schermen net is als vechten, maar dat is niet zo. We zijn geen Zorro’s. Je moet wel slim zijn en snel en sterk en lenig. Een goede conditie is ook handig.’


 Wat is jouw sport?
Schrijf je verhaal op. Stuur het naar TilburgJunior!